De of het ontploffen?
Het ontploffen
Is het de of het ontploffen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ontploffen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: explode
Deutsch: explodieren | Bekijk of het der of die explodieren is.
Français: exploser | Bekijk of het Le o La exploser is.
Jou of jouw: jouw ontploffen
Buigings-e:
Mooi of mooie ontploffen
Groot of grote ontploffen
Half of halve ontploffen
Grappig of grappige ontploffen
Leeg of lege ontploffen
leuk of leuke ontploffen
Vet of vette ontploffen
Snel of snelle ontploffen
Wit of witte ontploffen
Klein of kleine ontploffen
Rood of rode ontploffen
Dik of dikke ontploffen
Oud of oude ontploffen
Goed of goede ontploffen
Wat rijmt er op ontploffen
Elk of elke: Elk ontploffen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontploffen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontploffen
Wat rijmt er op ontploffen
Buigings-e:
Mooi of mooie ontploffen
Groot of grote ontploffen
Half of halve ontploffen
Grappig of grappige ontploffen
Leeg of lege ontploffen
leuk of leuke ontploffen
Vet of vette ontploffen
Snel of snelle ontploffen
Wit of witte ontploffen
Klein of kleine ontploffen
Rood of rode ontploffen
Dik of dikke ontploffen
Oud of oude ontploffen
Goed of goede ontploffen
Wat rijmt er op ontploffen
Elk of elke: Elk ontploffen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontploffen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontploffen
Wat rijmt er op ontploffen
Oefening van de dag



