De of het ontvolken?
Het ontvolken
Is het de of het ontvolken
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ontvolken.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: depopulate
Deutsch: entvölkern | Bekijk of het der of die entvölkern is.
Français: dépeupler | Bekijk of het Le o La dépeupler is.
Jou of jouw: jouw ontvolken
Buigings-e:
Mooi of mooie ontvolken
Groot of grote ontvolken
Half of halve ontvolken
Grappig of grappige ontvolken
Leeg of lege ontvolken
leuk of leuke ontvolken
Vet of vette ontvolken
Snel of snelle ontvolken
Wit of witte ontvolken
Klein of kleine ontvolken
Rood of rode ontvolken
Dik of dikke ontvolken
Oud of oude ontvolken
Goed of goede ontvolken
Wat rijmt er op ontvolken
Elk of elke: Elk ontvolken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontvolken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontvolken
Wat rijmt er op ontvolken
Buigings-e:
Mooi of mooie ontvolken
Groot of grote ontvolken
Half of halve ontvolken
Grappig of grappige ontvolken
Leeg of lege ontvolken
leuk of leuke ontvolken
Vet of vette ontvolken
Snel of snelle ontvolken
Wit of witte ontvolken
Klein of kleine ontvolken
Rood of rode ontvolken
Dik of dikke ontvolken
Oud of oude ontvolken
Goed of goede ontvolken
Wat rijmt er op ontvolken
Elk of elke: Elk ontvolken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontvolken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontvolken
Wat rijmt er op ontvolken
Oefening van de dag



