De of het oogontsteking?
De oogontsteking
Is het de of het oogontsteking
In de Nederlandse taal gebruiken wij de oogontsteking.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: ophthalmia
Deutsch: Augenentzündung | Bekijk of het der of die Augenentzündung is.
Français: ophtalmie | Bekijk of het Le o La ophtalmie is.
Jou of jouw: jouw oogontsteking
Buigings-e:
Mooi of mooie oogontsteking
Groot of grote oogontsteking
Half of halve oogontsteking
Grappig of grappige oogontsteking
Leeg of lege oogontsteking
leuk of leuke oogontsteking
Vet of vette oogontsteking
Snel of snelle oogontsteking
Wit of witte oogontsteking
Klein of kleine oogontsteking
Rood of rode oogontsteking
Dik of dikke oogontsteking
Oud of oude oogontsteking
Goed of goede oogontsteking
Wat rijmt er op oogontsteking
Elk of elke: Elke oogontsteking
Aanwijzend voornaamwoord: Die oogontsteking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oogontsteking
Wat rijmt er op oogontsteking
Buigings-e:
Mooi of mooie oogontsteking
Groot of grote oogontsteking
Half of halve oogontsteking
Grappig of grappige oogontsteking
Leeg of lege oogontsteking
leuk of leuke oogontsteking
Vet of vette oogontsteking
Snel of snelle oogontsteking
Wit of witte oogontsteking
Klein of kleine oogontsteking
Rood of rode oogontsteking
Dik of dikke oogontsteking
Oud of oude oogontsteking
Goed of goede oogontsteking
Wat rijmt er op oogontsteking
Elk of elke: Elke oogontsteking
Aanwijzend voornaamwoord: Die oogontsteking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze oogontsteking
Wat rijmt er op oogontsteking
Oefening van de dag



