De of het oogstwoord?
Het oogstwoord
Is het de of het oogstwoord
In de Nederlandse taal gebruiken wij het oogstwoord.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: harvest word
Deutsch: Ernte Wort | Bekijk of het der of die Ernte Wort is.
Français: récolte mot | Bekijk of het Le o La récolte mot is.
Jou of jouw: jouw oogstwoord
Buigings-e:
Mooi of mooie oogstwoord
Groot of grote oogstwoord
Half of halve oogstwoord
Grappig of grappige oogstwoord
Leeg of lege oogstwoord
leuk of leuke oogstwoord
Vet of vette oogstwoord
Snel of snelle oogstwoord
Wit of witte oogstwoord
Klein of kleine oogstwoord
Rood of rode oogstwoord
Dik of dikke oogstwoord
Oud of oude oogstwoord
Goed of goede oogstwoord
Wat rijmt er op oogstwoord
Elk of elke: Elk oogstwoord
Aanwijzend voornaamwoord: Dat oogstwoord
Bezittelijk voornaamwoord: Ons oogstwoord
Wat rijmt er op oogstwoord
Buigings-e:
Mooi of mooie oogstwoord
Groot of grote oogstwoord
Half of halve oogstwoord
Grappig of grappige oogstwoord
Leeg of lege oogstwoord
leuk of leuke oogstwoord
Vet of vette oogstwoord
Snel of snelle oogstwoord
Wit of witte oogstwoord
Klein of kleine oogstwoord
Rood of rode oogstwoord
Dik of dikke oogstwoord
Oud of oude oogstwoord
Goed of goede oogstwoord
Wat rijmt er op oogstwoord
Elk of elke: Elk oogstwoord
Aanwijzend voornaamwoord: Dat oogstwoord
Bezittelijk voornaamwoord: Ons oogstwoord
Wat rijmt er op oogstwoord
Oefening van de dag



