De of het opklauteren?
Het opklauteren
Is het de of het opklauteren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het opklauteren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: clambering
Deutsch: klettern | Bekijk of het der of die klettern is.
Français: grimper | Bekijk of het Le o La grimper is.
Jou of jouw: jouw opklauteren
Buigings-e:
Mooi of mooie opklauteren
Groot of grote opklauteren
Half of halve opklauteren
Grappig of grappige opklauteren
Leeg of lege opklauteren
leuk of leuke opklauteren
Vet of vette opklauteren
Snel of snelle opklauteren
Wit of witte opklauteren
Klein of kleine opklauteren
Rood of rode opklauteren
Dik of dikke opklauteren
Oud of oude opklauteren
Goed of goede opklauteren
Wat rijmt er op opklauteren
Elk of elke: Elk opklauteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat opklauteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons opklauteren
Wat rijmt er op opklauteren
Buigings-e:
Mooi of mooie opklauteren
Groot of grote opklauteren
Half of halve opklauteren
Grappig of grappige opklauteren
Leeg of lege opklauteren
leuk of leuke opklauteren
Vet of vette opklauteren
Snel of snelle opklauteren
Wit of witte opklauteren
Klein of kleine opklauteren
Rood of rode opklauteren
Dik of dikke opklauteren
Oud of oude opklauteren
Goed of goede opklauteren
Wat rijmt er op opklauteren
Elk of elke: Elk opklauteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat opklauteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons opklauteren
Wat rijmt er op opklauteren
Oefening van de dag



