De of het overjagen?
Het overjagen
Is het de of het overjagen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het overjagen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: on hunting
Deutsch: auf die Jagd | Bekijk of het der of die auf die Jagd is.
Français: sur la chasse | Bekijk of het Le o La sur la chasse is.
Jou of jouw: jouw overjagen
Buigings-e:
Mooi of mooie overjagen
Groot of grote overjagen
Half of halve overjagen
Grappig of grappige overjagen
Leeg of lege overjagen
leuk of leuke overjagen
Vet of vette overjagen
Snel of snelle overjagen
Wit of witte overjagen
Klein of kleine overjagen
Rood of rode overjagen
Dik of dikke overjagen
Oud of oude overjagen
Goed of goede overjagen
Wat rijmt er op overjagen
Elk of elke: Elk overjagen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat overjagen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons overjagen
Wat rijmt er op overjagen
Buigings-e:
Mooi of mooie overjagen
Groot of grote overjagen
Half of halve overjagen
Grappig of grappige overjagen
Leeg of lege overjagen
leuk of leuke overjagen
Vet of vette overjagen
Snel of snelle overjagen
Wit of witte overjagen
Klein of kleine overjagen
Rood of rode overjagen
Dik of dikke overjagen
Oud of oude overjagen
Goed of goede overjagen
Wat rijmt er op overjagen
Elk of elke: Elk overjagen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat overjagen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons overjagen
Wat rijmt er op overjagen
Oefening van de dag



