De of het persoonsgegeven?
Het persoonsgegeven
Is het de of het persoonsgegeven
In de Nederlandse taal gebruiken wij het persoonsgegeven.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: personal data
Deutsch: persönlichen daten | Bekijk of het der of die persönlichen daten is.
Français: données personnelles | Bekijk of het Le o La données personnelles is.
Jou of jouw: jouw persoonsgegeven
Buigings-e:
Mooi of mooie persoonsgegeven
Groot of grote persoonsgegeven
Half of halve persoonsgegeven
Grappig of grappige persoonsgegeven
Leeg of lege persoonsgegeven
leuk of leuke persoonsgegeven
Vet of vette persoonsgegeven
Snel of snelle persoonsgegeven
Wit of witte persoonsgegeven
Klein of kleine persoonsgegeven
Rood of rode persoonsgegeven
Dik of dikke persoonsgegeven
Oud of oude persoonsgegeven
Goed of goede persoonsgegeven
Wat rijmt er op persoonsgegeven
Elk of elke: Elk persoonsgegeven
Aanwijzend voornaamwoord: Dat persoonsgegeven
Bezittelijk voornaamwoord: Ons persoonsgegeven
Wat rijmt er op persoonsgegeven
Buigings-e:
Mooi of mooie persoonsgegeven
Groot of grote persoonsgegeven
Half of halve persoonsgegeven
Grappig of grappige persoonsgegeven
Leeg of lege persoonsgegeven
leuk of leuke persoonsgegeven
Vet of vette persoonsgegeven
Snel of snelle persoonsgegeven
Wit of witte persoonsgegeven
Klein of kleine persoonsgegeven
Rood of rode persoonsgegeven
Dik of dikke persoonsgegeven
Oud of oude persoonsgegeven
Goed of goede persoonsgegeven
Wat rijmt er op persoonsgegeven
Elk of elke: Elk persoonsgegeven
Aanwijzend voornaamwoord: Dat persoonsgegeven
Bezittelijk voornaamwoord: Ons persoonsgegeven
Wat rijmt er op persoonsgegeven
Oefening van de dag



