De of het porselein?
Het porselein
Is het de of het porselein
In de Nederlandse taal gebruiken wij het porselein.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: porcelain
Deutsch: Porzellan | Bekijk of het der of die Porzellan is.
Français: porcelaine | Bekijk of het Le o La porcelaine is.
Jou of jouw: jouw porselein
Buigings-e:
Mooi of mooie porselein
Groot of grote porselein
Half of halve porselein
Grappig of grappige porselein
Leeg of lege porselein
leuk of leuke porselein
Vet of vette porselein
Snel of snelle porselein
Wit of witte porselein
Klein of kleine porselein
Rood of rode porselein
Dik of dikke porselein
Oud of oude porselein
Goed of goede porselein
Wat rijmt er op porselein
Elk of elke: Elk porselein
Aanwijzend voornaamwoord: Dat porselein
Bezittelijk voornaamwoord: Ons porselein
Wat rijmt er op porselein
Buigings-e:
Mooi of mooie porselein
Groot of grote porselein
Half of halve porselein
Grappig of grappige porselein
Leeg of lege porselein
leuk of leuke porselein
Vet of vette porselein
Snel of snelle porselein
Wit of witte porselein
Klein of kleine porselein
Rood of rode porselein
Dik of dikke porselein
Oud of oude porselein
Goed of goede porselein
Wat rijmt er op porselein
Elk of elke: Elk porselein
Aanwijzend voornaamwoord: Dat porselein
Bezittelijk voornaamwoord: Ons porselein
Wat rijmt er op porselein
Oefening van de dag



