De of het reactitermijn?
De reactitermijn
Is het de of het reactitermijn
In de Nederlandse taal gebruiken wij de reactitermijn.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: reaction time
Jou of jouw: jouw reactitermijn
Buigings-e:
Mooi of mooie reactitermijn
Groot of grote reactitermijn
Half of halve reactitermijn
Grappig of grappige reactitermijn
Leeg of lege reactitermijn
leuk of leuke reactitermijn
Vet of vette reactitermijn
Snel of snelle reactitermijn
Wit of witte reactitermijn
Klein of kleine reactitermijn
Rood of rode reactitermijn
Dik of dikke reactitermijn
Oud of oude reactitermijn
Goed of goede reactitermijn
Wat rijmt er op reactitermijn
Elk of elke: Elke reactitermijn
Aanwijzend voornaamwoord: Die reactitermijn
Bezittelijk voornaamwoord: Onze reactitermijn
Wat rijmt er op reactitermijn
Buigings-e:
Mooi of mooie reactitermijn
Groot of grote reactitermijn
Half of halve reactitermijn
Grappig of grappige reactitermijn
Leeg of lege reactitermijn
leuk of leuke reactitermijn
Vet of vette reactitermijn
Snel of snelle reactitermijn
Wit of witte reactitermijn
Klein of kleine reactitermijn
Rood of rode reactitermijn
Dik of dikke reactitermijn
Oud of oude reactitermijn
Goed of goede reactitermijn
Wat rijmt er op reactitermijn
Elk of elke: Elke reactitermijn
Aanwijzend voornaamwoord: Die reactitermijn
Bezittelijk voornaamwoord: Onze reactitermijn
Wat rijmt er op reactitermijn
Oefening van de dag



