De of het reflecteren?
Het reflecteren
Is het de of het reflecteren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het reflecteren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: reflect
Deutsch: reflektieren | Bekijk of het der of die reflektieren is.
Français: réfléchir | Bekijk of het Le o La réfléchir is.
Jou of jouw: jouw reflecteren
Buigings-e:
Mooi of mooie reflecteren
Groot of grote reflecteren
Half of halve reflecteren
Grappig of grappige reflecteren
Leeg of lege reflecteren
leuk of leuke reflecteren
Vet of vette reflecteren
Snel of snelle reflecteren
Wit of witte reflecteren
Klein of kleine reflecteren
Rood of rode reflecteren
Dik of dikke reflecteren
Oud of oude reflecteren
Goed of goede reflecteren
Wat rijmt er op reflecteren
Elk of elke: Elk reflecteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat reflecteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons reflecteren
Wat rijmt er op reflecteren
Buigings-e:
Mooi of mooie reflecteren
Groot of grote reflecteren
Half of halve reflecteren
Grappig of grappige reflecteren
Leeg of lege reflecteren
leuk of leuke reflecteren
Vet of vette reflecteren
Snel of snelle reflecteren
Wit of witte reflecteren
Klein of kleine reflecteren
Rood of rode reflecteren
Dik of dikke reflecteren
Oud of oude reflecteren
Goed of goede reflecteren
Wat rijmt er op reflecteren
Elk of elke: Elk reflecteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat reflecteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons reflecteren
Wat rijmt er op reflecteren
Oefening van de dag



