De of het revaccineren?
Het revaccineren
Is het de of het revaccineren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het revaccineren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: revaccineren
Deutsch: revaccineren | Bekijk of het der of die revaccineren is.
Français: revaccineren | Bekijk of het Le o La revaccineren is.
Jou of jouw: jouw revaccineren
Buigings-e:
Mooi of mooie revaccineren
Groot of grote revaccineren
Half of halve revaccineren
Grappig of grappige revaccineren
Leeg of lege revaccineren
leuk of leuke revaccineren
Vet of vette revaccineren
Snel of snelle revaccineren
Wit of witte revaccineren
Klein of kleine revaccineren
Rood of rode revaccineren
Dik of dikke revaccineren
Oud of oude revaccineren
Goed of goede revaccineren
Wat rijmt er op revaccineren
Elk of elke: Elk revaccineren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat revaccineren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons revaccineren
Wat rijmt er op revaccineren
Buigings-e:
Mooi of mooie revaccineren
Groot of grote revaccineren
Half of halve revaccineren
Grappig of grappige revaccineren
Leeg of lege revaccineren
leuk of leuke revaccineren
Vet of vette revaccineren
Snel of snelle revaccineren
Wit of witte revaccineren
Klein of kleine revaccineren
Rood of rode revaccineren
Dik of dikke revaccineren
Oud of oude revaccineren
Goed of goede revaccineren
Wat rijmt er op revaccineren
Elk of elke: Elk revaccineren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat revaccineren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons revaccineren
Wat rijmt er op revaccineren
Oefening van de dag



