De of het schaakstuk?
De schaakstuk
Is het de of het schaakstuk
In de Nederlandse taal gebruiken wij de schaakstuk.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: chessman
Deutsch: Schachfigur | Bekijk of het der of die Schachfigur is.
Français: chessman | Bekijk of het Le o La chessman is.
Jou of jouw: jouw schaakstuk
Buigings-e:
Mooi of mooie schaakstuk
Groot of grote schaakstuk
Half of halve schaakstuk
Grappig of grappige schaakstuk
Leeg of lege schaakstuk
leuk of leuke schaakstuk
Vet of vette schaakstuk
Snel of snelle schaakstuk
Wit of witte schaakstuk
Klein of kleine schaakstuk
Rood of rode schaakstuk
Dik of dikke schaakstuk
Oud of oude schaakstuk
Goed of goede schaakstuk
Wat rijmt er op schaakstuk
Elk of elke: Elke schaakstuk
Aanwijzend voornaamwoord: Die schaakstuk
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schaakstuk
Wat rijmt er op schaakstuk
Buigings-e:
Mooi of mooie schaakstuk
Groot of grote schaakstuk
Half of halve schaakstuk
Grappig of grappige schaakstuk
Leeg of lege schaakstuk
leuk of leuke schaakstuk
Vet of vette schaakstuk
Snel of snelle schaakstuk
Wit of witte schaakstuk
Klein of kleine schaakstuk
Rood of rode schaakstuk
Dik of dikke schaakstuk
Oud of oude schaakstuk
Goed of goede schaakstuk
Wat rijmt er op schaakstuk
Elk of elke: Elke schaakstuk
Aanwijzend voornaamwoord: Die schaakstuk
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schaakstuk
Wat rijmt er op schaakstuk
Oefening van de dag



