De of het schoenmakersjongen?
De schoenmakersjongen
Is het de of het schoenmakersjongen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de schoenmakersjongen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: shoemaker's boy
Deutsch: Schusterjunge | Bekijk of het der of die Schusterjunge is.
Français: cordonnier garçon | Bekijk of het Le o La cordonnier garçon is.
Jou of jouw: jouw schoenmakersjongen
Buigings-e:
Mooi of mooie schoenmakersjongen
Groot of grote schoenmakersjongen
Half of halve schoenmakersjongen
Grappig of grappige schoenmakersjongen
Leeg of lege schoenmakersjongen
leuk of leuke schoenmakersjongen
Vet of vette schoenmakersjongen
Snel of snelle schoenmakersjongen
Wit of witte schoenmakersjongen
Klein of kleine schoenmakersjongen
Rood of rode schoenmakersjongen
Dik of dikke schoenmakersjongen
Oud of oude schoenmakersjongen
Goed of goede schoenmakersjongen
Wat rijmt er op schoenmakersjongen
Elk of elke: Elke schoenmakersjongen
Aanwijzend voornaamwoord: Die schoenmakersjongen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schoenmakersjongen
Wat rijmt er op schoenmakersjongen
Buigings-e:
Mooi of mooie schoenmakersjongen
Groot of grote schoenmakersjongen
Half of halve schoenmakersjongen
Grappig of grappige schoenmakersjongen
Leeg of lege schoenmakersjongen
leuk of leuke schoenmakersjongen
Vet of vette schoenmakersjongen
Snel of snelle schoenmakersjongen
Wit of witte schoenmakersjongen
Klein of kleine schoenmakersjongen
Rood of rode schoenmakersjongen
Dik of dikke schoenmakersjongen
Oud of oude schoenmakersjongen
Goed of goede schoenmakersjongen
Wat rijmt er op schoenmakersjongen
Elk of elke: Elke schoenmakersjongen
Aanwijzend voornaamwoord: Die schoenmakersjongen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schoenmakersjongen
Wat rijmt er op schoenmakersjongen
Oefening van de dag



