De of het slaapgedeelte?
De slaapgedeelte
Is het de of het slaapgedeelte
In de Nederlandse taal gebruiken wij de slaapgedeelte.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: sleeping area
Deutsch: Schlafbereich | Bekijk of het der of die Schlafbereich is.
Français: aire de repos | Bekijk of het Le o La aire de repos is.
Jou of jouw: jouw slaapgedeelte
Buigings-e:
Mooi of mooie slaapgedeelte
Groot of grote slaapgedeelte
Half of halve slaapgedeelte
Grappig of grappige slaapgedeelte
Leeg of lege slaapgedeelte
leuk of leuke slaapgedeelte
Vet of vette slaapgedeelte
Snel of snelle slaapgedeelte
Wit of witte slaapgedeelte
Klein of kleine slaapgedeelte
Rood of rode slaapgedeelte
Dik of dikke slaapgedeelte
Oud of oude slaapgedeelte
Goed of goede slaapgedeelte
Wat rijmt er op slaapgedeelte
Elk of elke: Elke slaapgedeelte
Aanwijzend voornaamwoord: Die slaapgedeelte
Bezittelijk voornaamwoord: Onze slaapgedeelte
Wat rijmt er op slaapgedeelte
Buigings-e:
Mooi of mooie slaapgedeelte
Groot of grote slaapgedeelte
Half of halve slaapgedeelte
Grappig of grappige slaapgedeelte
Leeg of lege slaapgedeelte
leuk of leuke slaapgedeelte
Vet of vette slaapgedeelte
Snel of snelle slaapgedeelte
Wit of witte slaapgedeelte
Klein of kleine slaapgedeelte
Rood of rode slaapgedeelte
Dik of dikke slaapgedeelte
Oud of oude slaapgedeelte
Goed of goede slaapgedeelte
Wat rijmt er op slaapgedeelte
Elk of elke: Elke slaapgedeelte
Aanwijzend voornaamwoord: Die slaapgedeelte
Bezittelijk voornaamwoord: Onze slaapgedeelte
Wat rijmt er op slaapgedeelte
Oefening van de dag



