De of het slachten?
Het slachten
Is het de of het slachten
In de Nederlandse taal gebruiken wij het slachten.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: slaughter
Deutsch: Schlachten | Bekijk of het der of die Schlachten is.
Français: abattage | Bekijk of het Le o La abattage is.
Jou of jouw: jouw slachten
Buigings-e:
Mooi of mooie slachten
Groot of grote slachten
Half of halve slachten
Grappig of grappige slachten
Leeg of lege slachten
leuk of leuke slachten
Vet of vette slachten
Snel of snelle slachten
Wit of witte slachten
Klein of kleine slachten
Rood of rode slachten
Dik of dikke slachten
Oud of oude slachten
Goed of goede slachten
Wat rijmt er op slachten
Elk of elke: Elk slachten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat slachten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons slachten
Wat rijmt er op slachten
Buigings-e:
Mooi of mooie slachten
Groot of grote slachten
Half of halve slachten
Grappig of grappige slachten
Leeg of lege slachten
leuk of leuke slachten
Vet of vette slachten
Snel of snelle slachten
Wit of witte slachten
Klein of kleine slachten
Rood of rode slachten
Dik of dikke slachten
Oud of oude slachten
Goed of goede slachten
Wat rijmt er op slachten
Elk of elke: Elk slachten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat slachten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons slachten
Wat rijmt er op slachten
Oefening van de dag



