De of het speelgoedmarkt?
De speelgoedmarkt
Is het de of het speelgoedmarkt
In de Nederlandse taal gebruiken wij de speelgoedmarkt.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: toy
Deutsch: Spielzeug | Bekijk of het der of die Spielzeug is.
Français: jouet | Bekijk of het Le o La jouet is.
Jou of jouw: jouw speelgoedmarkt
Buigings-e:
Mooi of mooie speelgoedmarkt
Groot of grote speelgoedmarkt
Half of halve speelgoedmarkt
Grappig of grappige speelgoedmarkt
Leeg of lege speelgoedmarkt
leuk of leuke speelgoedmarkt
Vet of vette speelgoedmarkt
Snel of snelle speelgoedmarkt
Wit of witte speelgoedmarkt
Klein of kleine speelgoedmarkt
Rood of rode speelgoedmarkt
Dik of dikke speelgoedmarkt
Oud of oude speelgoedmarkt
Goed of goede speelgoedmarkt
Wat rijmt er op speelgoedmarkt
Elk of elke: Elke speelgoedmarkt
Aanwijzend voornaamwoord: Die speelgoedmarkt
Bezittelijk voornaamwoord: Onze speelgoedmarkt
Wat rijmt er op speelgoedmarkt
Buigings-e:
Mooi of mooie speelgoedmarkt
Groot of grote speelgoedmarkt
Half of halve speelgoedmarkt
Grappig of grappige speelgoedmarkt
Leeg of lege speelgoedmarkt
leuk of leuke speelgoedmarkt
Vet of vette speelgoedmarkt
Snel of snelle speelgoedmarkt
Wit of witte speelgoedmarkt
Klein of kleine speelgoedmarkt
Rood of rode speelgoedmarkt
Dik of dikke speelgoedmarkt
Oud of oude speelgoedmarkt
Goed of goede speelgoedmarkt
Wat rijmt er op speelgoedmarkt
Elk of elke: Elke speelgoedmarkt
Aanwijzend voornaamwoord: Die speelgoedmarkt
Bezittelijk voornaamwoord: Onze speelgoedmarkt
Wat rijmt er op speelgoedmarkt
Oefening van de dag



