De of het stedebouwkunde?
De stedebouwkunde
Is het de of het stedebouwkunde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de stedebouwkunde.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: town planning
Jou of jouw: jouw stedebouwkunde
Buigings-e:
Mooi of mooie stedebouwkunde
Groot of grote stedebouwkunde
Half of halve stedebouwkunde
Grappig of grappige stedebouwkunde
Leeg of lege stedebouwkunde
leuk of leuke stedebouwkunde
Vet of vette stedebouwkunde
Snel of snelle stedebouwkunde
Wit of witte stedebouwkunde
Klein of kleine stedebouwkunde
Rood of rode stedebouwkunde
Dik of dikke stedebouwkunde
Oud of oude stedebouwkunde
Goed of goede stedebouwkunde
Wat rijmt er op stedebouwkunde
Elk of elke: Elke stedebouwkunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die stedebouwkunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze stedebouwkunde
Wat rijmt er op stedebouwkunde
Buigings-e:
Mooi of mooie stedebouwkunde
Groot of grote stedebouwkunde
Half of halve stedebouwkunde
Grappig of grappige stedebouwkunde
Leeg of lege stedebouwkunde
leuk of leuke stedebouwkunde
Vet of vette stedebouwkunde
Snel of snelle stedebouwkunde
Wit of witte stedebouwkunde
Klein of kleine stedebouwkunde
Rood of rode stedebouwkunde
Dik of dikke stedebouwkunde
Oud of oude stedebouwkunde
Goed of goede stedebouwkunde
Wat rijmt er op stedebouwkunde
Elk of elke: Elke stedebouwkunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die stedebouwkunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze stedebouwkunde
Wat rijmt er op stedebouwkunde
Oefening van de dag



