De of het steenschaap?
Het steenschaap
Is het de of het steenschaap
In de Nederlandse taal gebruiken wij het steenschaap.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: mouflon sheep
Deutsch: Steinschaf | Bekijk of het der of die Steinschaf is.
Français: moutons en pierre | Bekijk of het Le o La moutons en pierre is.
Jou of jouw: jouw steenschaap
Buigings-e:
Mooi of mooie steenschaap
Groot of grote steenschaap
Half of halve steenschaap
Grappig of grappige steenschaap
Leeg of lege steenschaap
leuk of leuke steenschaap
Vet of vette steenschaap
Snel of snelle steenschaap
Wit of witte steenschaap
Klein of kleine steenschaap
Rood of rode steenschaap
Dik of dikke steenschaap
Oud of oude steenschaap
Goed of goede steenschaap
Wat rijmt er op steenschaap
Elk of elke: Elk steenschaap
Aanwijzend voornaamwoord: Dat steenschaap
Bezittelijk voornaamwoord: Ons steenschaap
Wat rijmt er op steenschaap
Buigings-e:
Mooi of mooie steenschaap
Groot of grote steenschaap
Half of halve steenschaap
Grappig of grappige steenschaap
Leeg of lege steenschaap
leuk of leuke steenschaap
Vet of vette steenschaap
Snel of snelle steenschaap
Wit of witte steenschaap
Klein of kleine steenschaap
Rood of rode steenschaap
Dik of dikke steenschaap
Oud of oude steenschaap
Goed of goede steenschaap
Wat rijmt er op steenschaap
Elk of elke: Elk steenschaap
Aanwijzend voornaamwoord: Dat steenschaap
Bezittelijk voornaamwoord: Ons steenschaap
Wat rijmt er op steenschaap
Oefening van de dag



