De of het taakgebieden?
Het taakgebieden
Is het de of het taakgebieden
In de Nederlandse taal gebruiken wij het taakgebieden.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: areas of responsibility
Deutsch: Missionsgebiete | Bekijk of het der of die Missionsgebiete is.
Français: les zones de mission | Bekijk of het Le o La les zones de mission is.
Jou of jouw: jouw taakgebieden
Buigings-e:
Mooi of mooie taakgebieden
Groot of grote taakgebieden
Half of halve taakgebieden
Grappig of grappige taakgebieden
Leeg of lege taakgebieden
leuk of leuke taakgebieden
Vet of vette taakgebieden
Snel of snelle taakgebieden
Wit of witte taakgebieden
Klein of kleine taakgebieden
Rood of rode taakgebieden
Dik of dikke taakgebieden
Oud of oude taakgebieden
Goed of goede taakgebieden
Wat rijmt er op taakgebieden
Elk of elke: Elk taakgebieden
Aanwijzend voornaamwoord: Dat taakgebieden
Bezittelijk voornaamwoord: Ons taakgebieden
Wat rijmt er op taakgebieden
Buigings-e:
Mooi of mooie taakgebieden
Groot of grote taakgebieden
Half of halve taakgebieden
Grappig of grappige taakgebieden
Leeg of lege taakgebieden
leuk of leuke taakgebieden
Vet of vette taakgebieden
Snel of snelle taakgebieden
Wit of witte taakgebieden
Klein of kleine taakgebieden
Rood of rode taakgebieden
Dik of dikke taakgebieden
Oud of oude taakgebieden
Goed of goede taakgebieden
Wat rijmt er op taakgebieden
Elk of elke: Elk taakgebieden
Aanwijzend voornaamwoord: Dat taakgebieden
Bezittelijk voornaamwoord: Ons taakgebieden
Wat rijmt er op taakgebieden
Oefening van de dag



