De of het tafeldienen?
Het tafeldienen
Is het de of het tafeldienen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het tafeldienen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: wait at table
Deutsch: aufwarten | Bekijk of het der of die aufwarten is.
Français: servir à table | Bekijk of het Le o La servir à table is.
Jou of jouw: jouw tafeldienen
Buigings-e:
Mooi of mooie tafeldienen
Groot of grote tafeldienen
Half of halve tafeldienen
Grappig of grappige tafeldienen
Leeg of lege tafeldienen
leuk of leuke tafeldienen
Vet of vette tafeldienen
Snel of snelle tafeldienen
Wit of witte tafeldienen
Klein of kleine tafeldienen
Rood of rode tafeldienen
Dik of dikke tafeldienen
Oud of oude tafeldienen
Goed of goede tafeldienen
Wat rijmt er op tafeldienen
Elk of elke: Elk tafeldienen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat tafeldienen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons tafeldienen
Wat rijmt er op tafeldienen
Buigings-e:
Mooi of mooie tafeldienen
Groot of grote tafeldienen
Half of halve tafeldienen
Grappig of grappige tafeldienen
Leeg of lege tafeldienen
leuk of leuke tafeldienen
Vet of vette tafeldienen
Snel of snelle tafeldienen
Wit of witte tafeldienen
Klein of kleine tafeldienen
Rood of rode tafeldienen
Dik of dikke tafeldienen
Oud of oude tafeldienen
Goed of goede tafeldienen
Wat rijmt er op tafeldienen
Elk of elke: Elk tafeldienen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat tafeldienen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons tafeldienen
Wat rijmt er op tafeldienen
Oefening van de dag



