De of het tanheelkunde?
De tanheelkunde
Is het de of het tanheelkunde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de tanheelkunde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: surgery
Jou of jouw: jouw tanheelkunde
Buigings-e:
Mooi of mooie tanheelkunde
Groot of grote tanheelkunde
Half of halve tanheelkunde
Grappig of grappige tanheelkunde
Leeg of lege tanheelkunde
leuk of leuke tanheelkunde
Vet of vette tanheelkunde
Snel of snelle tanheelkunde
Wit of witte tanheelkunde
Klein of kleine tanheelkunde
Rood of rode tanheelkunde
Dik of dikke tanheelkunde
Oud of oude tanheelkunde
Goed of goede tanheelkunde
Wat rijmt er op tanheelkunde
Elk of elke: Elke tanheelkunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die tanheelkunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze tanheelkunde
Wat rijmt er op tanheelkunde
Buigings-e:
Mooi of mooie tanheelkunde
Groot of grote tanheelkunde
Half of halve tanheelkunde
Grappig of grappige tanheelkunde
Leeg of lege tanheelkunde
leuk of leuke tanheelkunde
Vet of vette tanheelkunde
Snel of snelle tanheelkunde
Wit of witte tanheelkunde
Klein of kleine tanheelkunde
Rood of rode tanheelkunde
Dik of dikke tanheelkunde
Oud of oude tanheelkunde
Goed of goede tanheelkunde
Wat rijmt er op tanheelkunde
Elk of elke: Elke tanheelkunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die tanheelkunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze tanheelkunde
Wat rijmt er op tanheelkunde
Oefening van de dag



