De of het uitbalanceren?
Het uitbalanceren
Is het de of het uitbalanceren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het uitbalanceren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: balancing
Deutsch: Ausgleich | Bekijk of het der of die Ausgleich is.
Français: équilibrage | Bekijk of het Le o La équilibrage is.
Jou of jouw: jouw uitbalanceren
Buigings-e:
Mooi of mooie uitbalanceren
Groot of grote uitbalanceren
Half of halve uitbalanceren
Grappig of grappige uitbalanceren
Leeg of lege uitbalanceren
leuk of leuke uitbalanceren
Vet of vette uitbalanceren
Snel of snelle uitbalanceren
Wit of witte uitbalanceren
Klein of kleine uitbalanceren
Rood of rode uitbalanceren
Dik of dikke uitbalanceren
Oud of oude uitbalanceren
Goed of goede uitbalanceren
Wat rijmt er op uitbalanceren
Elk of elke: Elk uitbalanceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitbalanceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitbalanceren
Wat rijmt er op uitbalanceren
Buigings-e:
Mooi of mooie uitbalanceren
Groot of grote uitbalanceren
Half of halve uitbalanceren
Grappig of grappige uitbalanceren
Leeg of lege uitbalanceren
leuk of leuke uitbalanceren
Vet of vette uitbalanceren
Snel of snelle uitbalanceren
Wit of witte uitbalanceren
Klein of kleine uitbalanceren
Rood of rode uitbalanceren
Dik of dikke uitbalanceren
Oud of oude uitbalanceren
Goed of goede uitbalanceren
Wat rijmt er op uitbalanceren
Elk of elke: Elk uitbalanceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitbalanceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitbalanceren
Wat rijmt er op uitbalanceren
Oefening van de dag



