De of het uitlegkunde?
De uitlegkunde
Is het de of het uitlegkunde
In de Nederlandse taal gebruiken wij de uitlegkunde.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: exegesis
Deutsch: Exegese | Bekijk of het der of die Exegese is.
Français: exégèse | Bekijk of het Le o La exégèse is.
Jou of jouw: jouw uitlegkunde
Buigings-e:
Mooi of mooie uitlegkunde
Groot of grote uitlegkunde
Half of halve uitlegkunde
Grappig of grappige uitlegkunde
Leeg of lege uitlegkunde
leuk of leuke uitlegkunde
Vet of vette uitlegkunde
Snel of snelle uitlegkunde
Wit of witte uitlegkunde
Klein of kleine uitlegkunde
Rood of rode uitlegkunde
Dik of dikke uitlegkunde
Oud of oude uitlegkunde
Goed of goede uitlegkunde
Wat rijmt er op uitlegkunde
Elk of elke: Elke uitlegkunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die uitlegkunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze uitlegkunde
Wat rijmt er op uitlegkunde
Buigings-e:
Mooi of mooie uitlegkunde
Groot of grote uitlegkunde
Half of halve uitlegkunde
Grappig of grappige uitlegkunde
Leeg of lege uitlegkunde
leuk of leuke uitlegkunde
Vet of vette uitlegkunde
Snel of snelle uitlegkunde
Wit of witte uitlegkunde
Klein of kleine uitlegkunde
Rood of rode uitlegkunde
Dik of dikke uitlegkunde
Oud of oude uitlegkunde
Goed of goede uitlegkunde
Wat rijmt er op uitlegkunde
Elk of elke: Elke uitlegkunde
Aanwijzend voornaamwoord: Die uitlegkunde
Bezittelijk voornaamwoord: Onze uitlegkunde
Wat rijmt er op uitlegkunde
Oefening van de dag



