De of het uitmeten?
Het uitmeten
Is het de of het uitmeten
In de Nederlandse taal gebruiken wij het uitmeten.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: measure
Deutsch: messen | Bekijk of het der of die messen is.
Français: mesurer | Bekijk of het Le o La mesurer is.
Jou of jouw: jouw uitmeten
Buigings-e:
Mooi of mooie uitmeten
Groot of grote uitmeten
Half of halve uitmeten
Grappig of grappige uitmeten
Leeg of lege uitmeten
leuk of leuke uitmeten
Vet of vette uitmeten
Snel of snelle uitmeten
Wit of witte uitmeten
Klein of kleine uitmeten
Rood of rode uitmeten
Dik of dikke uitmeten
Oud of oude uitmeten
Goed of goede uitmeten
Wat rijmt er op uitmeten
Elk of elke: Elk uitmeten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitmeten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitmeten
Wat rijmt er op uitmeten
Buigings-e:
Mooi of mooie uitmeten
Groot of grote uitmeten
Half of halve uitmeten
Grappig of grappige uitmeten
Leeg of lege uitmeten
leuk of leuke uitmeten
Vet of vette uitmeten
Snel of snelle uitmeten
Wit of witte uitmeten
Klein of kleine uitmeten
Rood of rode uitmeten
Dik of dikke uitmeten
Oud of oude uitmeten
Goed of goede uitmeten
Wat rijmt er op uitmeten
Elk of elke: Elk uitmeten
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitmeten
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitmeten
Wat rijmt er op uitmeten
Oefening van de dag



