De of het urineren?
Het urineren
Is het de of het urineren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het urineren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: urinate
Deutsch: urinieren | Bekijk of het der of die urinieren is.
Français: uriner | Bekijk of het Le o La uriner is.
Jou of jouw: jouw urineren
Buigings-e:
Mooi of mooie urineren
Groot of grote urineren
Half of halve urineren
Grappig of grappige urineren
Leeg of lege urineren
leuk of leuke urineren
Vet of vette urineren
Snel of snelle urineren
Wit of witte urineren
Klein of kleine urineren
Rood of rode urineren
Dik of dikke urineren
Oud of oude urineren
Goed of goede urineren
Wat rijmt er op urineren
Elk of elke: Elk urineren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat urineren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons urineren
Wat rijmt er op urineren
Buigings-e:
Mooi of mooie urineren
Groot of grote urineren
Half of halve urineren
Grappig of grappige urineren
Leeg of lege urineren
leuk of leuke urineren
Vet of vette urineren
Snel of snelle urineren
Wit of witte urineren
Klein of kleine urineren
Rood of rode urineren
Dik of dikke urineren
Oud of oude urineren
Goed of goede urineren
Wat rijmt er op urineren
Elk of elke: Elk urineren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat urineren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons urineren
Wat rijmt er op urineren
Oefening van de dag



