De of het veerjadag?
De veerjadag
Is het de of het veerjadag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de veerjadag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: spring day
Jou of jouw: jouw veerjadag
Buigings-e:
Mooi of mooie veerjadag
Groot of grote veerjadag
Half of halve veerjadag
Grappig of grappige veerjadag
Leeg of lege veerjadag
leuk of leuke veerjadag
Vet of vette veerjadag
Snel of snelle veerjadag
Wit of witte veerjadag
Klein of kleine veerjadag
Rood of rode veerjadag
Dik of dikke veerjadag
Oud of oude veerjadag
Goed of goede veerjadag
Wat rijmt er op veerjadag
Elk of elke: Elke veerjadag
Aanwijzend voornaamwoord: Die veerjadag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze veerjadag
Wat rijmt er op veerjadag
Buigings-e:
Mooi of mooie veerjadag
Groot of grote veerjadag
Half of halve veerjadag
Grappig of grappige veerjadag
Leeg of lege veerjadag
leuk of leuke veerjadag
Vet of vette veerjadag
Snel of snelle veerjadag
Wit of witte veerjadag
Klein of kleine veerjadag
Rood of rode veerjadag
Dik of dikke veerjadag
Oud of oude veerjadag
Goed of goede veerjadag
Wat rijmt er op veerjadag
Elk of elke: Elke veerjadag
Aanwijzend voornaamwoord: Die veerjadag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze veerjadag
Wat rijmt er op veerjadag
Oefening van de dag



