De of het verkeersongeluk?
Het verkeersongeluk
Is het de of het verkeersongeluk
In de Nederlandse taal gebruiken wij het verkeersongeluk.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: traffic accident
Deutsch: verkehrsunfall | Bekijk of het der of die verkehrsunfall is.
Français: accident de la circulation | Bekijk of het Le o La accident de la circulation is.
Jou of jouw: jouw verkeersongeluk
Buigings-e:
Mooi of mooie verkeersongeluk
Groot of grote verkeersongeluk
Half of halve verkeersongeluk
Grappig of grappige verkeersongeluk
Leeg of lege verkeersongeluk
leuk of leuke verkeersongeluk
Vet of vette verkeersongeluk
Snel of snelle verkeersongeluk
Wit of witte verkeersongeluk
Klein of kleine verkeersongeluk
Rood of rode verkeersongeluk
Dik of dikke verkeersongeluk
Oud of oude verkeersongeluk
Goed of goede verkeersongeluk
Wat rijmt er op verkeersongeluk
Elk of elke: Elk verkeersongeluk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verkeersongeluk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verkeersongeluk
Wat rijmt er op verkeersongeluk
Buigings-e:
Mooi of mooie verkeersongeluk
Groot of grote verkeersongeluk
Half of halve verkeersongeluk
Grappig of grappige verkeersongeluk
Leeg of lege verkeersongeluk
leuk of leuke verkeersongeluk
Vet of vette verkeersongeluk
Snel of snelle verkeersongeluk
Wit of witte verkeersongeluk
Klein of kleine verkeersongeluk
Rood of rode verkeersongeluk
Dik of dikke verkeersongeluk
Oud of oude verkeersongeluk
Goed of goede verkeersongeluk
Wat rijmt er op verkeersongeluk
Elk of elke: Elk verkeersongeluk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verkeersongeluk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verkeersongeluk
Wat rijmt er op verkeersongeluk
Oefening van de dag



