De of het verliezen?
Het verliezen
Is het de of het verliezen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het verliezen.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: losses
Deutsch: verlieren | Bekijk of het der of die verlieren is.
Français: perdre | Bekijk of het Le o La perdre is.
Jou of jouw: jouw verliezen
Buigings-e:
Mooi of mooie verliezen
Groot of grote verliezen
Half of halve verliezen
Grappig of grappige verliezen
Leeg of lege verliezen
leuk of leuke verliezen
Vet of vette verliezen
Snel of snelle verliezen
Wit of witte verliezen
Klein of kleine verliezen
Rood of rode verliezen
Dik of dikke verliezen
Oud of oude verliezen
Goed of goede verliezen
Wat rijmt er op verliezen
Elk of elke: Elk verliezen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verliezen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verliezen
Wat rijmt er op verliezen
Buigings-e:
Mooi of mooie verliezen
Groot of grote verliezen
Half of halve verliezen
Grappig of grappige verliezen
Leeg of lege verliezen
leuk of leuke verliezen
Vet of vette verliezen
Snel of snelle verliezen
Wit of witte verliezen
Klein of kleine verliezen
Rood of rode verliezen
Dik of dikke verliezen
Oud of oude verliezen
Goed of goede verliezen
Wat rijmt er op verliezen
Elk of elke: Elk verliezen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verliezen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verliezen
Wat rijmt er op verliezen
Oefening van de dag



