De of het vervoerstermijn?
De vervoerstermijn
Is het de of het vervoerstermijn
In de Nederlandse taal gebruiken wij de vervoerstermijn.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: transport time
Jou of jouw: jouw vervoerstermijn
Buigings-e:
Mooi of mooie vervoerstermijn
Groot of grote vervoerstermijn
Half of halve vervoerstermijn
Grappig of grappige vervoerstermijn
Leeg of lege vervoerstermijn
leuk of leuke vervoerstermijn
Vet of vette vervoerstermijn
Snel of snelle vervoerstermijn
Wit of witte vervoerstermijn
Klein of kleine vervoerstermijn
Rood of rode vervoerstermijn
Dik of dikke vervoerstermijn
Oud of oude vervoerstermijn
Goed of goede vervoerstermijn
Wat rijmt er op vervoerstermijn
Elk of elke: Elke vervoerstermijn
Aanwijzend voornaamwoord: Die vervoerstermijn
Bezittelijk voornaamwoord: Onze vervoerstermijn
Wat rijmt er op vervoerstermijn
Buigings-e:
Mooi of mooie vervoerstermijn
Groot of grote vervoerstermijn
Half of halve vervoerstermijn
Grappig of grappige vervoerstermijn
Leeg of lege vervoerstermijn
leuk of leuke vervoerstermijn
Vet of vette vervoerstermijn
Snel of snelle vervoerstermijn
Wit of witte vervoerstermijn
Klein of kleine vervoerstermijn
Rood of rode vervoerstermijn
Dik of dikke vervoerstermijn
Oud of oude vervoerstermijn
Goed of goede vervoerstermijn
Wat rijmt er op vervoerstermijn
Elk of elke: Elke vervoerstermijn
Aanwijzend voornaamwoord: Die vervoerstermijn
Bezittelijk voornaamwoord: Onze vervoerstermijn
Wat rijmt er op vervoerstermijn
Oefening van de dag



