De of het verzekeren?
Het verzekeren
Is het de of het verzekeren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het verzekeren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: insure
Deutsch: sicherstellen | Bekijk of het der of die sicherstellen is.
Français: s'assurer | Bekijk of het Le o La s'assurer is.
Jou of jouw: jouw verzekeren
Buigings-e:
Mooi of mooie verzekeren
Groot of grote verzekeren
Half of halve verzekeren
Grappig of grappige verzekeren
Leeg of lege verzekeren
leuk of leuke verzekeren
Vet of vette verzekeren
Snel of snelle verzekeren
Wit of witte verzekeren
Klein of kleine verzekeren
Rood of rode verzekeren
Dik of dikke verzekeren
Oud of oude verzekeren
Goed of goede verzekeren
Wat rijmt er op verzekeren
Elk of elke: Elk verzekeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verzekeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verzekeren
Wat rijmt er op verzekeren
doorverzekeren - herverzekeren - meeverzekeren -
Buigings-e:
Mooi of mooie verzekeren
Groot of grote verzekeren
Half of halve verzekeren
Grappig of grappige verzekeren
Leeg of lege verzekeren
leuk of leuke verzekeren
Vet of vette verzekeren
Snel of snelle verzekeren
Wit of witte verzekeren
Klein of kleine verzekeren
Rood of rode verzekeren
Dik of dikke verzekeren
Oud of oude verzekeren
Goed of goede verzekeren
Wat rijmt er op verzekeren
Elk of elke: Elk verzekeren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verzekeren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verzekeren
Wat rijmt er op verzekeren
doorverzekeren - herverzekeren - meeverzekeren -
Oefening van de dag



