De of het voorspelen?
Het voorspelen
Is het de of het voorspelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het voorspelen.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: for play
Deutsch: spielen | Bekijk of het der of die spielen is.
Français: jouer | Bekijk of het Le o La jouer is.
Jou of jouw: jouw voorspelen
Buigings-e:
Mooi of mooie voorspelen
Groot of grote voorspelen
Half of halve voorspelen
Grappig of grappige voorspelen
Leeg of lege voorspelen
leuk of leuke voorspelen
Vet of vette voorspelen
Snel of snelle voorspelen
Wit of witte voorspelen
Klein of kleine voorspelen
Rood of rode voorspelen
Dik of dikke voorspelen
Oud of oude voorspelen
Goed of goede voorspelen
Wat rijmt er op voorspelen
Elk of elke: Elk voorspelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat voorspelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons voorspelen
Wat rijmt er op voorspelen
Buigings-e:
Mooi of mooie voorspelen
Groot of grote voorspelen
Half of halve voorspelen
Grappig of grappige voorspelen
Leeg of lege voorspelen
leuk of leuke voorspelen
Vet of vette voorspelen
Snel of snelle voorspelen
Wit of witte voorspelen
Klein of kleine voorspelen
Rood of rode voorspelen
Dik of dikke voorspelen
Oud of oude voorspelen
Goed of goede voorspelen
Wat rijmt er op voorspelen
Elk of elke: Elk voorspelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat voorspelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons voorspelen
Wat rijmt er op voorspelen
Oefening van de dag



