De of het werkleven?
Het werkleven
Is het de of het werkleven
In de Nederlandse taal gebruiken wij het werkleven.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: work life
Deutsch: Arbeitsleben | Bekijk of het der of die Arbeitsleben is.
Français: la vie de travail | Bekijk of het Le o La la vie de travail is.
Jou of jouw: jouw werkleven
Buigings-e:
Mooi of mooie werkleven
Groot of grote werkleven
Half of halve werkleven
Grappig of grappige werkleven
Leeg of lege werkleven
leuk of leuke werkleven
Vet of vette werkleven
Snel of snelle werkleven
Wit of witte werkleven
Klein of kleine werkleven
Rood of rode werkleven
Dik of dikke werkleven
Oud of oude werkleven
Goed of goede werkleven
Wat rijmt er op werkleven
Elk of elke: Elk werkleven
Aanwijzend voornaamwoord: Dat werkleven
Bezittelijk voornaamwoord: Ons werkleven
Wat rijmt er op werkleven
Buigings-e:
Mooi of mooie werkleven
Groot of grote werkleven
Half of halve werkleven
Grappig of grappige werkleven
Leeg of lege werkleven
leuk of leuke werkleven
Vet of vette werkleven
Snel of snelle werkleven
Wit of witte werkleven
Klein of kleine werkleven
Rood of rode werkleven
Dik of dikke werkleven
Oud of oude werkleven
Goed of goede werkleven
Wat rijmt er op werkleven
Elk of elke: Elk werkleven
Aanwijzend voornaamwoord: Dat werkleven
Bezittelijk voornaamwoord: Ons werkleven
Wat rijmt er op werkleven
Oefening van de dag



