De of het werkstoel?
De werkstoel
Is het de of het werkstoel
In de Nederlandse taal gebruiken wij de werkstoel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: work chair
Deutsch: Arbeitsstuhl | Bekijk of het der of die Arbeitsstuhl is.
Français: chaise de travail | Bekijk of het Le o La chaise de travail is.
Jou of jouw: jouw werkstoel
Buigings-e:
Mooi of mooie werkstoel
Groot of grote werkstoel
Half of halve werkstoel
Grappig of grappige werkstoel
Leeg of lege werkstoel
leuk of leuke werkstoel
Vet of vette werkstoel
Snel of snelle werkstoel
Wit of witte werkstoel
Klein of kleine werkstoel
Rood of rode werkstoel
Dik of dikke werkstoel
Oud of oude werkstoel
Goed of goede werkstoel
Wat rijmt er op werkstoel
Elk of elke: Elke werkstoel
Aanwijzend voornaamwoord: Die werkstoel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze werkstoel
Wat rijmt er op werkstoel
Buigings-e:
Mooi of mooie werkstoel
Groot of grote werkstoel
Half of halve werkstoel
Grappig of grappige werkstoel
Leeg of lege werkstoel
leuk of leuke werkstoel
Vet of vette werkstoel
Snel of snelle werkstoel
Wit of witte werkstoel
Klein of kleine werkstoel
Rood of rode werkstoel
Dik of dikke werkstoel
Oud of oude werkstoel
Goed of goede werkstoel
Wat rijmt er op werkstoel
Elk of elke: Elke werkstoel
Aanwijzend voornaamwoord: Die werkstoel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze werkstoel
Wat rijmt er op werkstoel
Oefening van de dag



