De of het werktitel?
De werktitel
Is het de of het werktitel
In de Nederlandse taal gebruiken wij de werktitel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: job title
Deutsch: Arbeitstitel | Bekijk of het der of die Arbeitstitel is.
Français: titre de l'?uvre | Bekijk of het Le o La titre de l'?uvre is.
Jou of jouw: jouw werktitel
Buigings-e:
Mooi of mooie werktitel
Groot of grote werktitel
Half of halve werktitel
Grappig of grappige werktitel
Leeg of lege werktitel
leuk of leuke werktitel
Vet of vette werktitel
Snel of snelle werktitel
Wit of witte werktitel
Klein of kleine werktitel
Rood of rode werktitel
Dik of dikke werktitel
Oud of oude werktitel
Goed of goede werktitel
Wat rijmt er op werktitel
Elk of elke: Elke werktitel
Aanwijzend voornaamwoord: Die werktitel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze werktitel
Wat rijmt er op werktitel
Buigings-e:
Mooi of mooie werktitel
Groot of grote werktitel
Half of halve werktitel
Grappig of grappige werktitel
Leeg of lege werktitel
leuk of leuke werktitel
Vet of vette werktitel
Snel of snelle werktitel
Wit of witte werktitel
Klein of kleine werktitel
Rood of rode werktitel
Dik of dikke werktitel
Oud of oude werktitel
Goed of goede werktitel
Wat rijmt er op werktitel
Elk of elke: Elke werktitel
Aanwijzend voornaamwoord: Die werktitel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze werktitel
Wat rijmt er op werktitel
Oefening van de dag



