De of het zeestad?
De zeestad
Is het de of het zeestad
In de Nederlandse taal gebruiken wij de zeestad.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: maritime city
Deutsch: Hafenstadt | Bekijk of het der of die Hafenstadt is.
Français: ville portuaire | Bekijk of het Le o La ville portuaire is.
Jou of jouw: jouw zeestad
Buigings-e:
Mooi of mooie zeestad
Groot of grote zeestad
Half of halve zeestad
Grappig of grappige zeestad
Leeg of lege zeestad
leuk of leuke zeestad
Vet of vette zeestad
Snel of snelle zeestad
Wit of witte zeestad
Klein of kleine zeestad
Rood of rode zeestad
Dik of dikke zeestad
Oud of oude zeestad
Goed of goede zeestad
Wat rijmt er op zeestad
Elk of elke: Elke zeestad
Aanwijzend voornaamwoord: Die zeestad
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zeestad
Wat rijmt er op zeestad
Buigings-e:
Mooi of mooie zeestad
Groot of grote zeestad
Half of halve zeestad
Grappig of grappige zeestad
Leeg of lege zeestad
leuk of leuke zeestad
Vet of vette zeestad
Snel of snelle zeestad
Wit of witte zeestad
Klein of kleine zeestad
Rood of rode zeestad
Dik of dikke zeestad
Oud of oude zeestad
Goed of goede zeestad
Wat rijmt er op zeestad
Elk of elke: Elke zeestad
Aanwijzend voornaamwoord: Die zeestad
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zeestad
Wat rijmt er op zeestad
Oefening van de dag



