De of het zegenbede?
De zegenbede
Is het de of het zegenbede
In de Nederlandse taal gebruiken wij de zegenbede.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: blessing
Deutsch: Segen | Bekijk of het der of die Segen is.
Français: bénédiction | Bekijk of het Le o La bénédiction is.
Jou of jouw: jouw zegenbede
Buigings-e:
Mooi of mooie zegenbede
Groot of grote zegenbede
Half of halve zegenbede
Grappig of grappige zegenbede
Leeg of lege zegenbede
leuk of leuke zegenbede
Vet of vette zegenbede
Snel of snelle zegenbede
Wit of witte zegenbede
Klein of kleine zegenbede
Rood of rode zegenbede
Dik of dikke zegenbede
Oud of oude zegenbede
Goed of goede zegenbede
Wat rijmt er op zegenbede
Elk of elke: Elke zegenbede
Aanwijzend voornaamwoord: Die zegenbede
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zegenbede
Wat rijmt er op zegenbede
Buigings-e:
Mooi of mooie zegenbede
Groot of grote zegenbede
Half of halve zegenbede
Grappig of grappige zegenbede
Leeg of lege zegenbede
leuk of leuke zegenbede
Vet of vette zegenbede
Snel of snelle zegenbede
Wit of witte zegenbede
Klein of kleine zegenbede
Rood of rode zegenbede
Dik of dikke zegenbede
Oud of oude zegenbede
Goed of goede zegenbede
Wat rijmt er op zegenbede
Elk of elke: Elke zegenbede
Aanwijzend voornaamwoord: Die zegenbede
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zegenbede
Wat rijmt er op zegenbede
Oefening van de dag



