De of het zendpost?
De zendpost
Is het de of het zendpost
In de Nederlandse taal gebruiken wij de zendpost.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: transmitting station
Deutsch: Sendestation | Bekijk of het der of die Sendestation is.
Français: station d'émission | Bekijk of het Le o La station d'émission is.
Jou of jouw: jouw zendpost
Buigings-e:
Mooi of mooie zendpost
Groot of grote zendpost
Half of halve zendpost
Grappig of grappige zendpost
Leeg of lege zendpost
leuk of leuke zendpost
Vet of vette zendpost
Snel of snelle zendpost
Wit of witte zendpost
Klein of kleine zendpost
Rood of rode zendpost
Dik of dikke zendpost
Oud of oude zendpost
Goed of goede zendpost
Wat rijmt er op zendpost
Elk of elke: Elke zendpost
Aanwijzend voornaamwoord: Die zendpost
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zendpost
Wat rijmt er op zendpost
Buigings-e:
Mooi of mooie zendpost
Groot of grote zendpost
Half of halve zendpost
Grappig of grappige zendpost
Leeg of lege zendpost
leuk of leuke zendpost
Vet of vette zendpost
Snel of snelle zendpost
Wit of witte zendpost
Klein of kleine zendpost
Rood of rode zendpost
Dik of dikke zendpost
Oud of oude zendpost
Goed of goede zendpost
Wat rijmt er op zendpost
Elk of elke: Elke zendpost
Aanwijzend voornaamwoord: Die zendpost
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zendpost
Wat rijmt er op zendpost
Oefening van de dag



