De of het ziekteactiviteit?
De ziekteactiviteit
Is het de of het ziekteactiviteit
In de Nederlandse taal gebruiken wij de ziekteactiviteit.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: disease activity
Jou of jouw: jouw ziekteactiviteit
Buigings-e:
Mooi of mooie ziekteactiviteit
Groot of grote ziekteactiviteit
Half of halve ziekteactiviteit
Grappig of grappige ziekteactiviteit
Leeg of lege ziekteactiviteit
leuk of leuke ziekteactiviteit
Vet of vette ziekteactiviteit
Snel of snelle ziekteactiviteit
Wit of witte ziekteactiviteit
Klein of kleine ziekteactiviteit
Rood of rode ziekteactiviteit
Dik of dikke ziekteactiviteit
Oud of oude ziekteactiviteit
Goed of goede ziekteactiviteit
Wat rijmt er op ziekteactiviteit
Elk of elke: Elke ziekteactiviteit
Aanwijzend voornaamwoord: Die ziekteactiviteit
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ziekteactiviteit
Wat rijmt er op ziekteactiviteit
Buigings-e:
Mooi of mooie ziekteactiviteit
Groot of grote ziekteactiviteit
Half of halve ziekteactiviteit
Grappig of grappige ziekteactiviteit
Leeg of lege ziekteactiviteit
leuk of leuke ziekteactiviteit
Vet of vette ziekteactiviteit
Snel of snelle ziekteactiviteit
Wit of witte ziekteactiviteit
Klein of kleine ziekteactiviteit
Rood of rode ziekteactiviteit
Dik of dikke ziekteactiviteit
Oud of oude ziekteactiviteit
Goed of goede ziekteactiviteit
Wat rijmt er op ziekteactiviteit
Elk of elke: Elke ziekteactiviteit
Aanwijzend voornaamwoord: Die ziekteactiviteit
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ziekteactiviteit
Wat rijmt er op ziekteactiviteit
Oefening van de dag



