De of het zondagskleren?
Het zondagskleren
Is het de of het zondagskleren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het zondagskleren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Sunday best
Deutsch: Sonntags | Bekijk of het der of die Sonntags is.
Français: Habits du dimanche | Bekijk of het Le o La Habits du dimanche is.
Jou of jouw: jouw zondagskleren
Buigings-e:
Mooi of mooie zondagskleren
Groot of grote zondagskleren
Half of halve zondagskleren
Grappig of grappige zondagskleren
Leeg of lege zondagskleren
leuk of leuke zondagskleren
Vet of vette zondagskleren
Snel of snelle zondagskleren
Wit of witte zondagskleren
Klein of kleine zondagskleren
Rood of rode zondagskleren
Dik of dikke zondagskleren
Oud of oude zondagskleren
Goed of goede zondagskleren
Wat rijmt er op zondagskleren
Elk of elke: Elk zondagskleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat zondagskleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons zondagskleren
Wat rijmt er op zondagskleren
Buigings-e:
Mooi of mooie zondagskleren
Groot of grote zondagskleren
Half of halve zondagskleren
Grappig of grappige zondagskleren
Leeg of lege zondagskleren
leuk of leuke zondagskleren
Vet of vette zondagskleren
Snel of snelle zondagskleren
Wit of witte zondagskleren
Klein of kleine zondagskleren
Rood of rode zondagskleren
Dik of dikke zondagskleren
Oud of oude zondagskleren
Goed of goede zondagskleren
Wat rijmt er op zondagskleren
Elk of elke: Elk zondagskleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat zondagskleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons zondagskleren
Wat rijmt er op zondagskleren
Oefening van de dag



