De of het zout?
Het zout
Is het de of het zout
In de Nederlandse taal gebruiken wij het zout.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Bekijk hier de betekenis van zout
Meervoud: zouten
Deutsch: Salz | Bekijk of het der of die Salz is.
Français: le sel | Bekijk of het Le o La le sel is.
Jou of jouw: jouw zout
Buigings-e:
Mooi of mooie zout
Groot of grote zout
Half of halve zout
Grappig of grappige zout
Leeg of lege zout
leuk of leuke zout
Vet of vette zout
Snel of snelle zout
Wit of witte zout
Klein of kleine zout
Rood of rode zout
Dik of dikke zout
Oud of oude zout
Goed of goede zout
Wat rijmt er op zout
Elk of elke: Elk zout
Aanwijzend voornaamwoord: Dat zout
Bezittelijk voornaamwoord: Ons zout
Wat rijmt er op zout
dubbelzout - stoepenzout - reukzout -
Buigings-e:
Mooi of mooie zout
Groot of grote zout
Half of halve zout
Grappig of grappige zout
Leeg of lege zout
leuk of leuke zout
Vet of vette zout
Snel of snelle zout
Wit of witte zout
Klein of kleine zout
Rood of rode zout
Dik of dikke zout
Oud of oude zout
Goed of goede zout
Wat rijmt er op zout
Elk of elke: Elk zout
Aanwijzend voornaamwoord: Dat zout
Bezittelijk voornaamwoord: Ons zout
Wat rijmt er op zout
dubbelzout - stoepenzout - reukzout -
Oefening van de dag



